button layar2

In de herfst van 1966 ontdekte J.E. Musch op de Glimmeres concentraties van granietgruis met TRB-scherven en vuursteen, waarin hij de standplaatsen van twee totaal vernielde hunebedden herkende. Nadat hier nog enkele malen vondsten waren verzameld, besloot het BAI tot een nader onderzoek onder leiding van J.N. Lanting. Het onderzoek van de meest noordelijke standplaats, G2, vond plaats in het najaar van 1969 en het voorjaar van 1970. Direct onder de bouwvoor tekende het vernielde hunebed zich af als een donker gekleurde gruisplek. Onder deze gruislaag kwam een gedeelte van de keldervloer te voorschijn en werden de standplaatsen van de verschillende draagstenen zichtbaar. Hieruit kan worden afgeleid dat hunebed G2 uit zeven paar zijstenen heeft bestaan en een vloerlengte had van iets meer dan 11 m. Ook werden aanwijzingen gevonden voor een ingangspartij en kransstenen.
Bestudering van het materiaal dat in de kelder werd ontdekt, leidde tot de identificatie van zo'n 400 TRB potten. Dit aardewerk behoort tot de horizonten 2-5 en 7. Buiten de kelder werden op vijf plaatsen TRB-potten aangetroffen. Deze kunnen in verband worden gebracht met begravingen en andere rituele handelingen. Tot het vondstmateriaal behoort ook een scherf van een middeleeuwse kogelpot. Op basis hiervan wordt de sloop van G2 gedateerd in de 10de-11de eeuw.